Verband tussen problematisch sociaal netwerk gebruik en slaapkwaliteit, ADHD, depressie, angst en stress

Leeswijzer onderzoek

Houd bij het interpreteren van onderzoeksresultaten altijd rekening met de volgende aandachtspunten:

- Onderzoeken hebben bijna altijd wel een of meerdere beperkingen (bv. in de onderzoeksopzet, onderzoeksmethode, bias e.d.). Vaak staan deze vermeld in het discussiestuk van het onderzoeksartikel.
- Onderzoekers kunnen een conflict of interest hebben zoals bijvoorbeeld sponsoring door farmaceutische bedrijven. Ook dit staat vaak vermeld in het onderzoeksartikel.
- Ga nooit alleen maar af op een abstract van een onderzoeksartikel (of op een artikel wat naar aanleiding hiervan is gepubliceerd op het Kennisblog), maar controleer de informatie ook zelf altijd nog op kwaliteit en betrouwbaarheid in de originele bron.

Je kunt onderzoek en artikelen tot op zekere hoogte beoordelen met hulpmiddelen, bijvoorbeeld met de beoordelingscriteria voor relevantie en betrouwbaarheid van de Rijksuniversiteit Groningen.

Social media worden inmiddels door bijna 3,2 miljard gebruikers wereldwijd gebruikt. In een nieuwe studie zijn de verbanden onderzocht tussen het problematisch gebruik van social media en slaapkwaliteit, ADHD, depressie, angst en stress bij de gebruikers van social media.

ADHD, depressie, angst, stress en slechte slaapkwaliteit blijken sterk geassocieerd te zijn met problematisch social media gebruik.  De bevindingen ondersteunen eerder onderzoek waarin associaties werden gemeld tussen geestelijke gezondheid en problematisch sociaal netwerk gebruik. Er is geen verband gevonden tussen problematisch social media gebruik en leeftijd. In deze studie kon dus ook niet worden bevestigd dat problematisch gebruik van social media vooral voorkomt bij jongeren.

Er zijn wel aardig wat limitaties aan deze studie. Deze kun je lezen in het artikel zelf.

De meeste deelnemers (60,2%) gebruikten overigens Facebook (n = 384), gevolgd door Instagram (11,4%, n = 73), WhatsApp (11,1%, n = 71), Twitter (5,5%, n = 35), YouTube (4,9%)  , n = 31) en Google + (1,4%, n = 9), waarbij 5,7% van de deelnemers (n = 35) verklaart dat zij andere sociale netwerksites hebben gebruikt.

Hussain, Z. & Griffiths, M.D. Int J Ment Health Addiction (2019). https://doi.org/10.1007/s11469-019-00175-1

#ADHD #depressie #angst #stress #socialmedia

1
Hulp nodig?
Hoi! Ik help je graag. Je kunt met mij whatsappen via deze knop. Let op: Deze functie is bedoeld voor communicatie tussen een websitebezoeker en de redactie. Dit kan zowel een zorgprofessional als een patiënt zijn. Echter, er wordt geen medische informatie of advies gegeven.

Met vriendelijke groet,
Sander Brouwer
GGZ Verpleegkundig Specialist
Redactie Kennisblog
Powered by