Hoge en lage trainingsintensiteit blijken de hersenfunctie anders te beïnvloeden

Leeswijzer onderzoek

Houd bij het interpreteren van onderzoeksresultaten altijd rekening met de volgende aandachtspunten:

- Onderzoeken hebben bijna altijd wel een of meerdere beperkingen (bv. in de onderzoeksopzet, onderzoeksmethode, bias e.d.). Vaak staan deze vermeld in het discussiestuk van het onderzoeksartikel.
- Onderzoekers kunnen een conflict of interest hebben zoals bijvoorbeeld sponsoring door farmaceutische bedrijven. Ook dit staat vaak vermeld in het onderzoeksartikel.
- Ga nooit alleen maar af op een abstract van een onderzoeksartikel (of op een artikel wat naar aanleiding hiervan is gepubliceerd op het Kennisblog), maar controleer de informatie ook zelf altijd nog op kwaliteit en betrouwbaarheid in de originele bron.

Je kunt onderzoek en artikelen tot op zekere hoogte beoordelen met hulpmiddelen, bijvoorbeeld met de beoordelingscriteria voor relevantie en betrouwbaarheid van de Rijksuniversiteit Groningen.

Een nieuwe studie toont voor het eerst aan dat lage en hoge trainingsintensiteiten de hersenfunctie op verschillende manieren beïnvloeden. Oefeningen met lage intensiteit activeren hersennetwerken die betrokken zijn bij cognitiecontrole en aandacht, terwijl oefeningen met hoge intensiteit voornamelijk netwerken activeren die betrokken zijn bij affectieve, emotionele processen. De resultaten verschijnen in een speciale uitgave van Brain Plasticity.​1​

Vijfentwintig mannelijke atleten deden een loopbandentest. Op afzonderlijke dagen voerden ze gedurende 30 minuten oefeningen met lage en hoge intensiteit uit. Voor en na het sporten werd functionele magnetische resonantie beeldvorming (Rs-fMRI), een niet-invasieve techniek die onderzoek naar hersenconnectiviteit mogelijk maakt, gebruikt om de functionele connectiviteit van verschillende hersengebieden te onderzoeken die gekoppeld zijn aan specifieke gedragsprocessen. Deelnemers vulden ook een vragenlijst in om de positieve en negatieve stemming voor en na de oefening te meten.

BPL5-1_PR2_image (1)

De gedragsgegevens vertoonden een significante toename in positieve stemming na beide trainingsintensiteiten en geen significante verandering in negatieve stemming. De resultaten van de Rs-fMRI-testen toonden aan dat trainen met lage intensiteit leidde tot verhoogde functionele connectiviteit in netwerken die verband hielden met cognitieve verwerking en aandacht. Oefening met hoge intensiteit daarentegen leidde tot verhoogde functionele connectiviteit in netwerken met betrekking tot affectieve, emotionele processen. Oefening met hoge intensiteit leidde ook tot een verminderde functionele connectiviteit in netwerken geassocieerd met motorische functie.

Referenties

  1. 1.
    Angelika Schmitt, Neeraj Upadhyay, Jason Anthony Martin, Sandra Rojas, Heiko Klaus Strüder, Henning Boecker. Modulation of Distinct Intrinsic Resting State Brain Networks by Acute Exercise Bouts of Differing Intensity. BPL [Internet]. 2019 Dec 26;39–55. Available from: http://doi.org/10.3233/BPL-190081
1
Hulp nodig?
Hoi! Ik help je graag. Je kunt met mij whatsappen via deze knop. Let op: Deze functie is bedoeld voor communicatie tussen een websitebezoeker en de redactie. Dit kan zowel een zorgprofessional als een patiënt zijn. Echter, er wordt geen medische informatie of advies gegeven.

Met vriendelijke groet,
Sander Brouwer
GGZ Verpleegkundig Specialist
Redactie Kennisblog
Powered by